wpd25a8018_02.jpg
wp0616a547.gif
wpd3a37125.gif
wp16ddc10b_02.jpg
wpfa277a31_02.jpg

FOWE

grûnslach en doel fan de stifting FOWE

tsjerketsjinsten

kontakt

foar it bûsboekje

artikels en oertinkings út de Earn

Betinke

Duco Arris Vorster, dûmny en mystikus

Oer Messias- en eintiidferwachtings

De skatkeamer fan ús hert

Begjinne by it begjin

Gewoane minsken

Twa gedichten fan Roemi

As God net bestiet, kin hja ek in frou wêze

Oer De Rottefalle nei Jorwert nei Earnewâld

Dr. Rienk Klooster beroppen yn Earnewâld

Kahlil Gibran: oer it houlik en oer bern

Leauwige ferbylding as antydepressivum

God is leafde, byldspraak, poëzij . . .

It pak fan ús heit

Hjir stean ik foar!

Kryst kollum

Longerjend lânskip: oer dichter C.O. Jellema

Slauerhoff en Jorwert (1)

Slauerhoff en Jorwert (2)

Slauerhoff en Jorwert (3)

Slauerhoff en Jorwert (4)

Slauerhoff en Jorwert (5)

Slauerhoff en Jorwert (6)

Slauerhoff en Jorwert (7)

Slauerhoff en Rinsma

Net te froed en net te tsjoed

Skepping en evolúsje, twa ferskillende taalfjilden

Siebe de Boer: sykje nei wat ferburgen leit

Johannes Hendrikus Zelle, in legindaryske dûmny

Jierdei! God en de twade sekse

Ympresjes fan in reis nei Sina

oer de nije Earn

Charles Darwin - de evolúsjeteory

Darwin, Nietzsche en de morele tinkflater

Johannes Calvyn

it kwea as macht en as realiteit

nij diakonaal doel: Sviatoslav

oer bûgd wêzen en oerein kommen

deltein yn ´e hel

de karre fan Jiskepûster

leauwe yn in God dy´t net ´bestiet´

it Krystferhaal

fuotstappen yn it sân

hoe lang moatsto noch?

ferslach stúdzjeferlof 2007

de ljurk en de kikkerts

de krusiging fan Jezus

de moard op Theo van Gogh

de Bibel:Hillige skrift en Wurd fan God?

de Protestantse Kerk in Nederland

de kening dy´t God sjen woe

de ferstannige soan: in Joadsk ferhaal

Oertinkings

Advintspreek: de essinsje fan it bestean

Oer de Hoop

De echte druvebeam

Presys op tiid gongst ek wer fuort

In nij begjin meitsje

oer hawwe en wêze

oer Jezus en it kwea fan syn tiid

oer ‘Tuskentiid’ en 1 Korintiërs 13

oer de Geast fan Pinkster

oer Jona en it kwea

oer Genesis en Markus en it kwea

oer Mattéus en Job: de goede en de wylde weet

mar ferlos ús fan it kweade

oer Eksodus en Micha

oer Preker en ús Godsbyld

de trije wizen

God as de ´Almachtige´

oer Job en de almacht fan God

tsien preken oer it ‘Us Heit’

Frijheid

de Earnewâldster Rûnte

program foar it winterskoft 2011 - 2012

Trinus Hoekstra oer globalisearring en kredytkrisis

Hessel Posthuma oer it kwea yn it Boeddhisme

Evert van Olst oer it goede libben en it kwea

J.H. Laenen oer goed en kwea yn Joadske mystyk

Jan Greven - it kwea as macht en as realiteit

Rienk Klooster - bylden en foarstellings fan Jezus

Sytse Ypma - God als Iets is geen porem

Jan Greven - veranderend religieus landschap in Nld

list mei literatuer side 1

list mei literatuer side 2

wpfa277a31_02.jpg
wpd3a37125.gif
Septimber 2007
Drs. Jan Greven
Veranderend religieus landschap in Neder land: uitdaging of bedreiging?

Het religieus landschap is veranderd. Dat geldt persoonlijk. Onze persoonlijke religieuze opvattingen zijn veranderd. Dat geldt ook sociaal/cultureel. Vroeger was geloof vooral groepsgeloof. Wie geloofde behoorde tot een groep en moest geloven zoals de groep vaststelde dat er geloofd moest worden. Wie het er niet mee eens was, werd de deur gewezen.
Ook de rol van de religie in de samenleving is veranderd. Vroeger speelde religie een rol via de diverse religieuze stromingen waarin de Nederlandse bevolking zich had opgedeeld. Religie is nu veel diffuser geworden. Niet meer zo georganiseerd, individualistischer, zonder dat je kunt zeggen dat de rol van de religie is uitgespeeld.

Waar komen we vandaan?
De negentiende eeuw was een eeuw van verandering. Frankrijk kende verschillende revoluties. Duitsland werd via hier en daar een oorlog de machtigste staat van het Europese continent. Engeland ontwikkelde zich tot supermacht. En Nederland? In Nederland bleef het rustig. Heel rustig.
Toch zag ook Nederland er aan het eind heel anders uit dan in het begin van de eeuw. Niet door revolutie of oorlog, maar door de verzuiling. Overal om ons heen was de religie teruggedrongen door de ‘moderne’ maatschappij. Maar bij ons had religie een eigen plaats veroverd. Dank zij de verzuiling.
Zo is het gebleven tot 10 mei 1940. Of eigenlijk nog langer, want na de oorlog kwamen de zuilen, even, krachtig terug. Maar zo rond 1970 was het toch gedaan. Sinds die tijd is het religieus landschap radicaal veranderd. Een geweldige uitdaging. Eindelijk kan religie weer laten zien wat het waard is zonder de beschuttende omheining van de eigen zuil.  

"Het is mij absoluut duidelijk geworden, dat de Duitse natie slechts door de bevrijding van het Christendom nieuwe energie kan krijgen. Ik wil mijn Alpensymfonie de antichrist noemen, waarmee ik bedoel: zedelijke zuiverheid uit eigen kracht, bevrijding door arbeid, aanbidding van de eeuwige, heerlijke natuur.”, aldus Richard Strauss in zijn dagboek.
Het was 1911 en Strauss weerspiegelde het gevoel van zijn tijd. Het christendom werd afgelegd.
Op het Prinzregenten Theater in München (1901) staat in de gevel: Der Deutschen Kunst.
Duitse burger, engelse burger. Bestond er ook een Nederlandse burger?
Ik heb me altijd Nederlander gevoeld vanuit mijn groep.
Tachtigjarige oorlog, 1572, Coppelstock, die de geuzen informeerde dat de stad Brielle onbeschermd was.  Rochus Meeusz de sluiswachter die de sluis openzette en in het verhaal zwemmend met een bijl in de hand open hakte, zodat de zaak onder water liep en Spanjaarden de stad niet konden innemen.
Dat soort types. Ook internationaal: de boeren van Zuid-Afrika in gevecht met de Engelsen en niet te vergeten de verzetshelden / Engelandvaarders van K. Norel. Voeg aan deze helden uit de romantiek wat richters als Simson, Gideon en Barak en samen met koning David hebt u een aardig tableau de la troupe voor de identificatie.

De Nederlandse identiteit
Natuurlijk, ook katholieken beschouwden zichzelf als Nederlanders. Ik kon niet ontkennen dat ze het waren. Accepteerde dat. Maar hoe dat bij hen liep, wist ik niet en hoefde ik niet te weten.
Wat wist ik van de twist over de Nederlandse identiteit die uitbrak naar aanleiding van het boek van de Amerikaanse diplomaat John Lothrop Motley (1814-1877) Rise of the Dutch Republic over de Nederlandse Opstand. Bij Motley waren katholieken achtergebleven types met neigingen tot tirannieke heerszucht en kruiperige bijgelovigheid. Slechte personages worden steevast betrapt met rozenkrans of jezuïetencatechismus op zak.
Voor de katholieken was het duidelijk dat de Rise niet onweersproken kon blijven en zo ontstond de Geschiedenis der Nederlandse beroerten in de XVIe eeuw, het hoofdwerk van W.J.F.Nuyens (1823-1894). Nuyens was geen beroeps-historicus maar huisarts in het Westfriese dorp Westwoud (bij Hoorn), die zijn drukke praktijk combineerde met een veelomvattend publicitair bestaan.
De kwestie was: wat voor natie Nederland eigenlijk was? Waardoor onderscheidde het zich van andere landen? Soortgelijke nationaliteitsdebatten speelden ook in andere landen, maar het debat had hier bijzondere scherpte, omdat het vaderlandse ego een flinke tik gekregen had, nadat België zich in 1830 had afgescheiden
Nuyens gebruikte zijn geschiedschrijving om de Nederlandse katholieke identiteit een stevig fundament te geven. Ook hij ging niet zachtzinnig te werk. Hervormers zijn bij hem vrijwel altijd uitgetreden monniken of nonnen, die liefst doorlopend overspel plegen en een liederlijk en bloeddorstig leven leiden. Willem van Oranje moet het ontgelden als dubbelhartig, buitenlander en niet uit op verdraagzaamheid, maar op macht.
Bij Nuyens lag het accent vooral op de Middeleeuwen als de oorsprong van ‘typisch Nederlands’ en niet op de Opstand.
Een mooi voorbeeld van die visie biedt het Rijksmuseum. Gebouwd door de katholieke architect Cuypers op instigatie van katholieke Amsterdamse notabelen. In het museum is de kapel van het Middeleeuwse klooster in Aduard tot in details nagebouwd. Een helder signaal: daar komt de vaderlandse kunst van dit museum uit voort. Wie weet dat nog? En toch is het belangrijk voor het debat over onze identiteit. Uit het boek van Nuyens en uit mijn eigen herinnering blijkt dat Nederlandse identiteit niet bestond. Er bestond katholieke Nederlandse identiteit (met Aduard als heilige plek) en gereformeerde  identiteit (met Delft waar oranje vermoord is als heilige plek).

Ondergang
De wereld van Strauss en die Deutsche Kunst ging ten onder in de Eerste Wereldoorlog van 14-18.
Hier niet. In ons land duurde de negentiende eeuw tot 10 mei 40, of eigenlijk tot 1963. een bijzonder jaar met: de introductie van de pil, de afwikkeling van de kwestie Nieuw-Guinea en daarmee het afscheid van ons koloniale verleden, een loonstijging 11% en later nog eens 5% (op een stijging van het prijspeil van 2%). Het was het begin van de erosie van de  samenhang. Bij de gereformeerden was het Schriftgezag de basis van het groepsgevoel. Bij RK was dat de goede verhouding tot Rome. Bij de gereformeerden verdween het schriftgezag. In de RK kerk brak een bitter conflict uit met Rome.  

Burgerlijk en anti-burgerlijk
Nog even terug naar de negentiende eeuw met die opleving van nationale gevoelens. Nederland moest een eigen identiteit krijgen. Nou, daar wisten de liberale burgerheren aan het eind van de eeuw wel raad mee. Gelukkig hadden ze het beste symbool van nationale eenheid dat je kunt voorstellen: een klein koninginnetje. Speciaal voor haar maakten ze een gouden koets. En ze bedachten eigenschappen die typisch nederlands zouden zijn: nuchter, spaarzaam en calvinistisch  Zie het boekje Hoe calvinistisch zijn wij Nederlanders van de Groninger kerkhistoricus W. Nijenhuis.
Nijenhuis verwijst naar de historicus Huizinga die de Nederlandse identiteit karakteriseerde als burgerlijk. Wat vaak calvinistisch genoemd wordt (zuinig, wat benepen, wantrouwig tegenover kunst, wantrouwig tegen het grote gebaar) is niet calvinistisch, maar gewoon burgerlijk. Ik zeg het Huizinga na: Nederland is een door en door burgerlijke natie.
Een van de interessantste eigenschappen van mijn neo-calvinistische groep was juist dat er iets onburgerlijks in zat. Je kon altijd merken dat de groep ontstaan was als beweging van onderop. Tegen de heren van de synode, tegen de heren van de politiek. Koningin Wilhelmina had niet voor niets zo’n hekel aan Abraham Kuyper. Hij had de eenheid in kerk en natie doorbroken. De afkeer was trouwens geheel wederzijds.
Groep verdampt, identiteit gebleven. Tegelijk, ondanks het anti-burgerlijke van mijn groep, qua gevoel voor nederlanderschap door en door burgerlijk. Ik voel me geen Nederlander omdat ik visioenen krijg van ’s lands grootheid of overstroom van sentiment als ik denk aan drentse heide of gelderse rivieren. Nee, ik voel me nederlander, omdat ik me in dit land thuis voel. Burgerlijker kan het niet. Voorbeeld: het gevoel na terugkeer na twee jaar dictatuur. Heerlijk, inwoner te zijn van een land waar iedereen gelijke rechten heeft, waar rechtspraak is, waar vrijheid is. Nederland. Natuurlijk omdat het Nederland is, maar vooral omdat die rechten er zijn. Ook in dat opzicht lijkt ons land trouwens op de verenigde staten. Iedere groep vult op eigen wijze zijn identiteit in. De nationale saamhorigheid is burgerlijk: er zijn specifieke, ‘nuttige’  redenen waarom we ons in dit land thuis voelen.
Daarom gaat de zaak aan het schuiven als die rechten aangetast worden. Daarom kan er vrij snel emigratie op gang komen als het gevoel van thuis voelen wordt aangetast. Een burger kan zich ook elders thuis voelen en hij zal zelf wel bepalen waar dat is.

De plaats van de religie in modern Nederland
Groep verdampt, vraag op tafel, burgerlijke vraag : is het nog wel prettig in Nederland?
Dat is de hedendaagse context waarin het veranderend landschap van de religie ter sprake komt. De vraag of religie uitdaging is of bedreiging hangt samen met die vraag: is het nog wel prettig in Nederland? Voelen we ons er als burgers nog wel op ons gemak? En eerlijk gezegd, voelen we ons op sommige punten minder op ons gemak dan vroeger.
De spraakmakende intellectuele elite in ons land is anti- godsdienstig en succesvol. Gelet op de machtspositie die de kerken vroeger hadden, en de agressie die daardoor in de loop van vele jaren is opgebouwd, is het begrijpelijk dat er zo’n reactie is gekomen. Ze is niet alleen een kwestie van de elite, maar wordt gedragen door al die mensen die meestal met opluchting hun geloof aan de wilgen gehangen hebben. De kerken zijn geleidelijk aan in het defensief gedrongen.
Geleidelijk aan is de kerk teruggedrongen uit het openbare leven. Ver weg in de privé sfeer. Smalende vergelijkingen tussen een kerk en een aquariumvereniging.

Maar kijk nu eens. Religie is helemaal terug, zij het, aldus de Nijmeegse ethicus Wils, met een lelijk gezicht.
Dat lelijke gezicht, de gewelddadige kant van religie, wordt volgens Wils te veel gebagatelliseerd. Alsof religie per definitie maatschappelijke samenhang bevordert en religieus geweld iets is voor fanatici. Maar hoe komt het dan, dat religies zich steeds weer onttrekken aan de muilkorf van de politieke correctheid en zo hardnekkig zijn in het bevorderen van geweld?
Religie is volgens Wils gebaseerd op het essentiële verschil tussen immanentie en transcendentie. Transcendentie vertaalt hij met ‘over-de-bestanden-van-het-zijn-heen’. Immanentie met ‘bestanden-van-het-zijn’. Transcendentie komt van buiten alles wat is. Wie zich niet aan die definitie houdt en transcendentie ombuigt tot iets immanents – tot iets van en in onszelf – heeft religie geëlimineerd.
In het polytheïsme, het veelgodendom, kom je transcendentie bij wijze van spreken op straat tegen. In een Afrikaans dorp kunnen ze je precies aanwijzen welke boom de geesten van de voorouders herbergt. In het monotheïsme, jodendom, christendom en islam, ligt dat een stuk ingewikkelder. Het monotheïsme heeft de wereld gedesacraliseerd, van heiligheid ontdaan. In bomen noch grotten kom je geest of heiligheid meer tegen. De Eeuwige, God, Allah staat aan de uiterste grens. Als behoeder van wat is en bewaker van de grens tussen Hem en wat geschapen is. Hij is de Soeverein. Daarom is de geschiedenis van het monotheïsme, lees het Oude Testament en de geschiedenis van christendom en islam er maar op na, gewelddadig en intolerant. Soeverein kan er maar één zijn.
Soeverein is, aldus de politieke filosoof Carl Schmitt, degene die beslist over de uitzonderingstoestand. In ons democratisch systeem valt zo’n besluit via fijnmazige procedures. Dat moet ook wel, want in uitzonderingssituaties weten we niet al bij voorbaat wat goed is om te doen. Daarom verplichten we onszelf tot overleg. Als het gaat over goed en kwaad met betrekking tot ons handelen, is dat niet anders. We weten niet absoluut zeker wat ‘goed’ is en wat ‘kwaad’.

Minsken dy’t it hiele artikel lêze wolle, kinne it ynlade as PDF-dokumint troch te klikken op de folgjende
skeakel/link: Lêzing Greven 2007
FOWE  -  De Earnewâldster Rûnte